Reactie SDR op het advies Planbureau voor de leefomgeving over SDE++

Logo SDR

Advies Planbureau voor de Leefomgeving over SDE ++

North Sea Port en Smart Delta Resources hebben gezamenlijk een schriftelijk reactie gegeven op de SDE++ consultatie deze zomer. De reactie is ook door North Sea Port en SDR in een gesprek met het Planbureau voor de Leefomgeving toegelicht. De belangrijkste opmerkingen bij het advies hebben betrekking op de SDE++ inzet voor CCS en waterstof elektrolyse.

Opmerkingen bij elektrolyse-consultatie

  • Het rekenen met de verwachte CO2-emissiefactor voor elektriciteit uit het net in 2030 resulteert in een negatieve emissiefactor. Uitgaand van een eindbeeld van 100% hernieuwbare elektriciteit richting 2050 is dit onverstandig. Deze aanname zal de ontwikkeling van waterstofproductie via elektrolyse vertragen. Daarnaast geldt dat wanneer de productie van waterstof in toenemende mate direct wordt aangesloten op hernieuwbare bronnen, de aanname van de CO2-emissiefactor voor elektriciteit uit het net niet langer correct is.
  • Voor industriële toepassingen dient rekening gehouden te worden met honderden MW’s in plaats van tientallen. In afstemming met ISPT wordt binnen de SDR regio bijvoorbeeld gewerkt aan een verkenning naar de integratie en realisatie van een 1 GW plant.
  • In hoeverre wordt rekening gehouden met grensoverschrijdende projecten, zeker wanneer de CO2-reductie plaatsvindt in Nederland? De industrie binnen North Sea Port stopt niet aan de landsgrens. Uitwisselen van stromen, waaronder warmte, waterstof en CO2, zal in de toekomst in toenemende mate plaats moeten vinden om klimaatdoelstellingen kosteneffectief te realiseren

Opmerkingen bij CCS-consultatie

  • De verwerkingstoeslag die de kosten voor transport en opslag representeert, is gebaseerd op het Rotterdamse project Porthos. Om het relatief kosteneffectieve potentieel vanuit het industrieel complex binnen North Sea Port te ontsluiten en een gelijk speelveld te garanderen, zal de verwerkingstoeslag ook moeten compenseren voor het transport vanuit North Sea Port richting Porthos (al dan niet in een aparte categorie).
  • North Sea Port heeft samen met de havens van Rotterdam en Antwerpen een PCI status aangevraagd voor de ontwikkeling van een gezamenlijk CCS project. Hierbij wordt uitgegaan van aansluiting bij het Porthos netwerk. Dit initiatief dient daarom integraal meegenomen te worden bij de vormgeving van de SDE++ door te compenseren voor de kosten van transport naar het Porthos netwerk vanuit North Sea Port. Het industrieel complex binnen North Sea Port zal zonder CCS de klimaatdoelstellingen van Parijs niet kunnen realiseren. Bovendien kan CCS in deze regio relatief kosteneffectief worden toegepast
  • Koppeling van de industrie binnen North Sea Port met Porthos door middel van een pijpleidingnetwerk is een reële en noodzakelijke optie. Louter uitgaan van aanvragen door partijen die betrokken zijn bij Porthos en Athos is een veel te smalle focus. Doordat de regeling wordt gebaseerd op Porthos en Athos, ontstaat een ongelijk speelveld op Nederlands niveau. Ten eerste zal de industrie binnen North Sea Port niet kunnen voldoen aan de klimaatdoestellingen. Daarnaast ontstaat een competitief nadeel doordat zonder CCS nog steeds ETS rechten moeten worden afgedragen (om nog niet te spreken van een mogelijke nationale CO2-heffing). Het is aan de Rijksoverheid om dergelijke onevenwichtigheid in beleid te voorkomen.
  • Het is verstandig om aan de SDE++ een categorie toe te voegen ten behoeve van transport per schip naar opslaglocaties zoals Porthos in Rotterdam en Northern Lights in Noorwegen. Deze vorm van transport biedt flexibiliteit en kan in sommige situaties kosteneffectiever worden toegepast dan transport per leiding. Overigens zal hiervoor ook de nodige Europese wet- en regelgeving voor moeten worden aangepast.