Het Heat Delta programma heeft tot doel de vraag naar en het aanbod van industriële restwarmte en geothermie inzichtelijk te maken. De ambitie is om als tweede stap dit te vertalen naar concrete en uitvoerbare projecten. Focus binnen Heat Delta is drieledig: toegepaste restwarmte uit de procesindustrie naar de gebouwde omgeving, restwarmtekoppelingen ‘industry to industry’ en toepassing van geothermie. De procesindustrie in de SDR-regio (met name chemie, staal en food) heeft restwarmte ter beschikking die in de nabije omgeving toegepast kan worden in industrie, bedrijfspanden, instellingen en/of gebouwde omgeving. Daarnaast ligt er mogelijk potentie voor een duurzame warmtevoorziening gebaseerd op (ultradiepe) geothermie. Dit potentieel ligt met name bij SDR-bedrijven in West-Brabant (LambWeston/Meijer, Suikerunie, Cargill en Sabic). Heat Delta is een gezamenlijk programma van de SDR-partners Arcelor Mittal, Cargill, LambWeston Meijer, Provincie Zeeland, Sabic, Cosun.

Het programma richt zich drieledig op toegepaste restwarmte uit de procesindustrie naar de gebouwde omgeving, warmtekoppelingen ‘industry to industry’ en geothermie.

Er lopen diverse onderzoeken naar de technische en economische haalbaarheid van grootschalige lage temperatuur warmtenetten (50 tot 80 graden) in de gebouwde omgeving (met name rondom de Kanaalzone Terneuzen-Gent en vanuit het havengebied in Vlissingen, met aanzienlijke te overbruggen afstanden). Het CO2 -reductiepotentieel bedraagt ongeveer 0,3 Mton per jaar bij 100.000 woningen. In de regio Gent kan de restwarmte gekoppeld worden aan het bestaande stadsverwarmingsnet om aardgas als primaire energiebron te vervangen. Er bestaan daarnaast reeds succesvolle restwarmtekoppelingen tussen industriële bedrijven onderling (zie ook onder). Mogelijk dienen nieuwe opportuniteiten zich aan, zoals een restwarmtekoppeling tussen staalbedrijf ArcelorMittal en Cargill Sas van Gent. Dit is momenteel onderwerp van nader onderzoek. Het CO2 -reductiepotentieel hangt direct af van vraag- en aanbodprofielen van betrokken bedrijven en is op voorhand niet te specificeren. Het potentieel per verbinding is veelal in ordegrootte 5 tot 50 Kton per jaar.

 

De industrie kan mogelijk ook verduurzamen met hulp van geothermie (aardwarmte). Industriële processen vragen daarbij veelal hogere temperaturen. In de SDR-regio gaat het met name om bedrijven in West-Brabant (LambWeston/Meijer, Suikerunie, Cargill en Sabic) met interesse in en potentie voor geothermie. Benodigde temperatuurniveaus zijn afhankelijk van het proces en variëren tussen de 100 graden Celsius en boven de 200 graden Celsius. Dit temperatuurniveau vraagt om boringen van rond de 4 tot 6 kilometer diep (ultradiepe geothermie) of, indien dat niet opportuun is, om het upgraden van gewonnen aardwarmte met warmtepompen. De regionale kennis over deze dieptes, het potentieel van de ondergrond en dus over het te bereiken debiet en de levensduur etc., is momenteel nog te beperkt voor een sluitende business-case. Momenteel wordt het potentieel daarom nader onderzocht. Cascadering met de glastuinbouw (o.a. in Steenbergen en Dinteloord) maken onderdeel uit van de aanpak.

 

Succesvolle restwarmtekoppelingen tussen industriële bedrijven onderling, zoals
• Yara en de glastuinbouw (Warm CO2 ) met besparing van ca. 55 Kton  CO2  per jaar

• Zeeland Refinery, Covra en Martens Cleaning (restwarmte Sloe) met besparing van ca. 5 Kton  CO2  per jaar

• Lamb Weston/ Meijer en Wiskerke Onions BV met besparing van ca. 1 Kton  CO2  per jaar

• Stora Enso en autobouwer Volvo met besparing van ca. 15 Kton  CO2  per jaar

• afvalverbranding IVAGO en het Universitair Ziekenhuis in Gent

• Arcelor Mittal Gent en de stad Zelzate.